ECLI:NL:HR:2007:BA3094
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebruik asfaltgranulaat als bouwstof volgens Bouwstoffenbesluit
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor het gebruik van asfaltgranulaat als bouwstof zonder te voldoen aan de voorschriften van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming.
De tenlastelegging hield in dat verdachte op 22 januari 2004 circa 2760 ton asfaltgranulaat op de bodem van een wegvak van de toekomstige autosnelweg A59 had aangebracht zonder dat de samenstelling van deze bouwstof door een aangewezen instantie was bepaald, zoals vereist volgens het Besluit.
Het hof oordeelde dat het aanbrengen van de bouwstof op het wegvak reeds het gebruik van de bouwstof in de zin van het Besluit vormde, ook al was het granulaat mogelijk nog verwijderbaar. De verdediging stelde dat het granulaat slechts in depot was gebracht en dus niet als gebruik kon worden aangemerkt, maar dit verweer werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en stelde dat het begrip 'gebruik' in het Besluit zowel het aanbrengen als het houden van bouwstoffen omvat. Het feit dat het granulaat was verdicht, platgewalst en bereden door vrachtwagens, maakte duidelijk dat sprake was van aanbrengen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling voor het gebruik van asfaltgranulaat zonder vereiste goedkeuring en handhaaft geldboete van tienduizend euro.