ECLI:NL:HR:2007:BA3309
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over gebruik en belastingplicht rioolrechten en afvalstoffenheffing bij studentenpand
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2002 aanslagen opgelegd voor rioolrechten en afvalstoffenheffing door de gemeente Maastricht met betrekking tot een studentenpand waarin meerdere studenten kamers huren. De eigenaar verhuurde het pand en hield een kelderruimte gereserveerd voor opslag van schoonmaakmiddelen ten behoeve van een poetsman die de gemeenschappelijke voorzieningen schoonmaakte.
De toepasselijke verordeningen wijzen als belastingplichtige degene aan die het eigendom gebruikt of feitelijk gebruik maakt van het perceel. De gemeente hanteerde een voorkeursvolgorde waarbij de eigenaar als eerste belastingplichtige wordt aangemerkt, tenzij iemand anders langer in het pand woont of het gebruikt.
Belanghebbende, die het langst in het pand woonde, werd aangeslagen, maar stelde dat de eigenaar mede-gebruiker was vanwege het gebruik van de kelder voor schoonmaakmiddelen. Het hof verwierp dit standpunt en oordeelde dat het gebruik van de kelder door de eigenaar niet tot belastingplicht leidde.
De Hoge Raad bevestigde dat het gebruik van de kelder door de eigenaar ten behoeve van schoonmaakdiensten niet als gebruik van het pand in de zin van de verordeningen geldt. Wel stelde de Hoge Raad vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het subsidiaire vertrouwen van belanghebbende op niet-heffing in voorgaande jaren werd verworpen, waardoor het arrest werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling.
De Hoge Raad gelastte tevens dat de gemeente Maastricht het griffierecht van belanghebbende vergoedt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.