ECLI:NL:HR:2007:BA3863
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens aftrek extra uitgaven levensonderhoud gehandicapte stiefdochter
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 150.105. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag gehandhaafd, waarbij het hof oordeelde dat belanghebbende zich niet gedrongen kon voelen om in het levensonderhoud van zijn gehandicapte stiefdochter te voorzien vanwege haar eigen inkomsten en vermogen.
In cassatie stelde de Hoge Raad dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd. Artikel 46, lid 18, Wet IB 1964 bepaalt dat extra uitgaven voor levensonderhoud van gehandicapte kinderen die tijdelijk bij ouders verblijven, als buitengewone lasten worden aangemerkt zonder dat afzonderlijk getoetst hoeft te worden of de ouder zich gedrongen voelde deze uitgaven te doen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het hofarrest en de uitspraak van de inspecteur, en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 146.220. De zaak werd verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling, waaronder het verzoek om schadevergoeding. Tevens werd bepaald dat de Staat het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoedt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest, vermindert de aanslag en verwijst de zaak voor verdere behandeling.