ECLI:NL:HR:2007:BA5012
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep op partiële nietigheid tenlastelegging in zaak henneptransport
In deze strafzaak werd verdachte beschuldigd van het medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen, afleveren en vervoeren van ongeveer 235 kilo hashish binnen het grondgebied van Nederland, in strijd met de Opiumwet.
De verdediging voerde aan dat de tenlastelegging partieel nietig was omdat het begrip "binnen het grondgebied van Nederland brengen" onvoldoende feitelijk was omschreven en dat de dagvaarding niet verwees naar artikel 1 lid 4 Opiumwet Pro, hetgeen volgens hen noodzakelijk was voor een juiste omschrijving.
De rechtbank en het hof verwierpen dit verweer, stellende dat de gebruikte bewoordingen voldoende duidelijk waren en dat de verdachte uit de pleitnota en bewijsstukken kon afleiden waartegen hij zich moest verdedigen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het verweer terecht in de aanvulling op het verkorte arrest was behandeld, maar dat het verzuim niet tot cassatie leidt.
Het beroep van verdachte werd derhalve verworpen en het hof-arrest bleef in stand, waarbij de straf van twaalf maanden gevangenisstraf gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof-arrest met twaalf maanden gevangenisstraf blijft in stand.