ECLI:NL:HR:2007:BA5807
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafoplegging voor berovingen met geweld en bedreiging
Verdachte werd door het hof in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden wegens twee berovingen gepleegd in taxi's te Amsterdam. Bij de eerste beroving bedreigde hij het slachtoffer met een op een pistool gelijkend voorwerp en eiste geld. Bij de tweede beroving toonde hij een mes en beroofde hij de taxichauffeur van diens portemonnee en mobiele telefoon.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof niet voldeed aan de eis van art. 359 lid 1 Sv Pro jo. art. 415 Sv Pro door niet duidelijk te maken voor welke feiten de Advocaat-Generaal de straf had gevorderd. De Hoge Raad oordeelde dat gelet op het procesverloop en de strafoplegging door de rechtbank geen redelijke twijfel bestaat over de feiten waarop de strafvordering betrekking had.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het hofarrest. Het hof had de strafoplegging gemotiveerd met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze waren begaan en de persoon van de verdachte. De psychische impact op de slachtoffers en het versterkte gevoel van onveiligheid in de maatschappij werden meegewogen.
De Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging of ambtshalve ingrijpen en sprak het arrest uit op 11 september 2007.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de straf van 30 maanden gevangenisstraf voor berovingen met geweld en bedreiging.