ECLI:NL:HR:2007:BA6571
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping van cassatieberoep tegen beschikking Rechtbank Maastricht inzake beklag
In deze zaak betrof het een cassatieberoep ingesteld door klaagster tegen een beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 7 september 2006, waarbij een beklag was behandeld zoals bedoeld in artikel 552 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De advocaat van klaagster had middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad had geconcludeerd dat het beroep verworpen moest worden.
Na de aanvang van de behandeling van het beroep, en nadat de Advocaat-Generaal zijn conclusie had genomen, heeft klaagster het beroep ingetrokken. De Hoge Raad besloot daarop de zaak af te doen op het bestaande beroep, conform artikel 453 Sv Pro en in lijn met eerdere jurisprudentie (HR LJN AH9919).
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen reden bestond om de bestreden beschikking ambtshalve te vernietigen. Daarom werd het beroep verworpen. De beschikking werd gegeven door de vice-president Corstens als voorzitter en raadsheren Ilsink en Thomassen, in aanwezigheid van de griffier Okker-Braber, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 11 september 2007.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de Rechtbank Maastricht blijft in stand.