ECLI:NL:HR:2007:BA6571

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
02837/06 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 453 SvArt. 552 SvArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping van cassatieberoep tegen beschikking Rechtbank Maastricht inzake beklag

In deze zaak betrof het een cassatieberoep ingesteld door klaagster tegen een beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 7 september 2006, waarbij een beklag was behandeld zoals bedoeld in artikel 552 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De advocaat van klaagster had middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad had geconcludeerd dat het beroep verworpen moest worden.

Na de aanvang van de behandeling van het beroep, en nadat de Advocaat-Generaal zijn conclusie had genomen, heeft klaagster het beroep ingetrokken. De Hoge Raad besloot daarop de zaak af te doen op het bestaande beroep, conform artikel 453 Sv Pro en in lijn met eerdere jurisprudentie (HR LJN AH9919).

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen reden bestond om de bestreden beschikking ambtshalve te vernietigen. Daarom werd het beroep verworpen. De beschikking werd gegeven door de vice-president Corstens als voorzitter en raadsheren Ilsink en Thomassen, in aanwezigheid van de griffier Okker-Braber, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 11 september 2007.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de Rechtbank Maastricht blijft in stand.

Uitspraak

11 september 2007
Strafkamer
nr. 02837/06 B
SG/DAT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 7 september 2006, nummer RK 06/260, op een beklag als bedoeld in artikel 552 van Pro het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[klaagster], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. J.A. Heeren, advocaat te Haarlem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
1.2. Het beroep is ingetrokken nadat de Advocaat-Generaal ter terechtzitting van de Hoge Raad van 29 mei 2007 zijn conclusie had genomen en derhalve na de aanvang van de behandeling van het beroep als bedoeld in art. 453 Sv Pro.
De Hoge Raad zal de zaak op het bestaande beroep afdoen (vgl. HR 30 september 2003, LJN AH9919, NJ 2004, 26).
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden beschikking ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep
Deze beschikking is gegeven door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2007.