ECLI:NL:HR:2007:BA6802
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken ernstig vermoeden van onrechtmatigheid bewijs
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarbij verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van een Opiumwetdelict en deelname aan een criminele organisatie. Het verzoek richt zich op de vraag of een enveloppe, verzonden via FedEx en bestemd voor de verdachte, onrechtmatig is geopend door de douane, wat tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden.
De verdediging stelde dat een binnenenveloppe binnen de FedEx enveloppe door de douane was geopend zonder dat een bevel krachtens de Douanewet was gevraagd, en dat het bewijs daarom onrechtmatig was verkregen. Het hof had echter vastgesteld dat het stortingsbewijs zich in de buitenenveloppe bevond en dat de binnenenveloppe niet was geopend.
De Hoge Raad overweegt dat de nieuwe verklaringen en de aanwezigheid van een sticker 'opened by customs' niet leiden tot een ernstig vermoeden dat het bewijs onrechtmatig is verkregen, omdat het hof vaststelde dat het betalingsbewijs zich in de buitenenveloppe bevond. Het al dan niet openen van de binnenenveloppe is daarom irrelevant voor de bewijswaardering.
Daarom wordt het herzieningsverzoek afgewezen omdat de nieuwe omstandigheden het onderzoek niet zouden hebben beïnvloed en geen aanleiding geven tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging of een lichtere straf.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf.