ECLI:NL:HR:2007:BA7179
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Vaststelling besparing huisvestingskosten bij opname in verpleegtehuis in inkomstenbelasting 2000
Belanghebbende heeft voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen waarbij de aftrek van buitengewone lasten wegens eigen bijdrage AWBZ werd verlaagd vanwege een vermeende besparing op huisvestingskosten. Het Hof stelde vast dat de besparing via de subjectieve methode moest worden bepaald, uitgaande van de levenswijze van belanghebbende vóór opname in het verzorgingshuis.
De Hoge Raad oordeelt echter dat door het overlijden van de echtgenote en het lange tijdsverloop sinds opname in 1989, de omstandigheden dermate zijn veranderd dat de besparing op huisvestingskosten niet langer subjectief kan worden vastgesteld. In plaats daarvan moet een objectieve schatting worden gemaakt op basis van algemeen bekende gegevens van vergelijkbare personen die niet in een verzorgingstehuis verblijven.
De uitspraak van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens wordt het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed. De Hoge Raad laat de proceskostenveroordeling aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling met objectieve vaststelling van de besparing op huisvestingskosten.