ECLI:NL:HR:2007:BA7260
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De verdachte werd door het Gerechtshof Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift, medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Wet toezicht kredietwezen 1992 en deelname aan een criminele organisatie, met een gevangenisstraf van vijftien maanden.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De waarnemend Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de strafoplegging, met een voorstel tot strafvermindering, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase was overschreden, wat leidt tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde het arrest echter alleen voor wat betreft de duur van de straf en verminderde deze tot veertien maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De overige middelen van cassatie konden niet leiden tot vernietiging van het arrest, zodat het arrest in stand bleef behalve de strafmaat.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 18 september 2007.
Uitkomst: De gevangenisstraf van vijftien maanden werd verminderd tot veertien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.