ECLI:NL:HR:2007:BA7264
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij niet-tijdige instelling na persoonlijke betekening dagvaarding
In deze zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van verdachte tegen een vonnis van de Politierechter. Verdachte was in eerste aanleg bij verstek veroordeeld en had hoger beroep ingesteld na het verstrijken van de wettelijke termijn van veertien dagen, terwijl de dagvaarding hem in persoon was betekend.
Het hof had de verdachte ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, mede omdat de zaken met verschillende parketnummers waren gevoegd en de dagvaarding in één zaak niet persoonlijk was betekend. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hoger beroep tegen de zaak waarin de dagvaarding wel persoonlijk was betekend niet-ontvankelijk is, omdat het beroep te laat was ingesteld.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het de ontvankelijkheid betrof en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen die zaak. De strafoplegging bleef gehandhaafd voor de andere zaak waarin de dagvaarding niet persoonlijk was betekend. Hiermee werd de procedure rechtens gecorrigeerd en de wettelijke termijn strikt toegepast.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de zaak waarin de dagvaarding persoonlijk was betekend wegens overschrijding van de termijn.