ECLI:NL:HR:2007:BA7644

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/165HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • P.C. Kop
  • A. Hammerstein
  • W.D.H. Asser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging hofbeslissing over kostenverrekening bij verdeling huwelijksgemeenschap

De man verzocht bij de rechtbank Utrecht om echtscheiding en verdeling van de huwelijksgemeenschap. De vrouw vorderde op basis van huwelijkse voorwaarden een betaling van €156.927. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en bepaalde dat de man €50.149,50 aan de vrouw moest betalen voor door haar betaalde huishoudkosten.

De man ging in hoger beroep tegen deze eindbeschikking, de vrouw stelde incidenteel hoger beroep in om een groter bedrag te vorderen. Het hof vernietigde de eindbeschikking en wees het verzoek van de vrouw af.

De vrouw stelde daarop beroep in cassatie in. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. De beslissing is genomen door de raadsheren Kop, Hammerstein en Asser en op 19 oktober 2007 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de beschikking van het hof bevestigd.

Uitspraak

19 oktober 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/165HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. C.A.J. van der Meulen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij verzoekschrift van 4 december 2003 heeft de man zich gewend tot de rechtbank Utrecht en verzocht, kort gezegd, echtscheiding tussen hem en de vrouw uit te spreken en de verdeling van de huwelijksgemeenschap te bevelen.
De vrouw heeft verweer gevoerd en zelfstandig verzocht te bepalen dat de man op basis van de huwelijksvoorwaarden aan haar een bedrag van € 156.927,--moet betalen.
Na bij tussenbeschikking van 15 december 2004 echtscheiding tussen partijen uit te hebben gesproken, heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 5 oktober 2005, voorzover in cassatie van belang, bepaald dat de man aan de vrouw ter zake van door haar betaalde kosten van de huishouding een bedrag van € 50.149,50 moet betalen.
Tegen deze eindbeschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 24 augustus 2006 heeft het hof in het principale en het incidentele hoger beroep de eindbeschikking van de rechtbank, voorzover in hoger beroep van belang, vernietigd en het verzoek van de vrouw te bepalen dat de man op basis van de huwelijksvoorwaarden aan haar enig bedrag moet betalen alsnog afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 19 oktober 2007.