ECLI:NL:HR:2007:BA7766
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten in verkrachtingszaak
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de aanvrager werd veroordeeld voor verkrachting en bedreiging met zware mishandeling. De aanvrager verbleef ten tijde van het verzoek in een TBS-kliniek.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 457 en Pro 459 van het Wetboek van Strafvordering, die voorschrijven dat een herzieningsverzoek alleen ontvankelijk is indien nieuwe, niet eerder bekende feiten worden aangevoerd die het ernstig vermoeden wekken dat het oorspronkelijke vonnis onjuist was. Het verzoek moet ook een opgave van bewijsmiddelen bevatten.
In dit geval stelde de aanvrager geen nieuwe feiten of omstandigheden voor die aan deze criteria voldeden. De Hoge Raad concludeerde daarom dat het verzoek niet ontvankelijk was en wees het af.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, en het arrest werd uitgesproken op 12 juni 2007.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten.