ECLI:NL:HR:2007:BA7886
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid verstekverlening ondanks ontbreken vertaling appeldagvaarding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte in hoger beroep verstek werd verleend wegens niet verschijnen. De verdachte, woonachtig in het buitenland en niet beheersend de Nederlandse taal, stelde dat hem geen vertaling van de appeldagvaarding was toegezonden, wat volgens hem schorsing van de vervolging had moeten opleveren.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van een vertaling van de essentie van de appeldagvaarding in strijd met artikel 52 van Pro de Schengenuitvoeringsovereenkomst (SUO) weliswaar een verzuim is, maar dit verzuim geen reden is om het onderzoek ter terechtzitting te schorsen. Van de verdachte mocht worden verwacht dat hij zich via zijn Nederlandse advocaat op de hoogte stelde van de zittingsdatum.
De Hoge Raad bevestigde dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend aan de gemachtigde advocaat van verdachte en dat het vermoeden bestond dat verdachte vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht op aanwezigheid. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het Hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Hof wordt bevestigd ondanks het ontbreken van een vertaling van de appeldagvaarding.