ECLI:NL:HR:2007:BA7910
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens ontbreken motivering afwijking bewijsstandpunt in seksueel misbruikzaak
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer, een patiënte, onder dwang en misleiding tijdens fysiotherapeutische behandelingen in februari 2004 te Zoetermeer. De tenlastelegging omvatte onder meer dat verdachte onder het mom van behandeling de vingers in de vagina van het slachtoffer bracht, wat leidde tot een bedreigende en intimiderende sfeer.
Het openbaar ministerie baseerde zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van het slachtoffer en verdachte, waaruit bleek dat verdachte de behandeling uitvoerde onder het voorwendsel van medische noodzaak, terwijl het slachtoffer zich gedwongen voelde deze handelingen te ondergaan. De advocaat-generaal voerde aan dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen was.
Het hof sprak verdachte echter vrij zonder in het arrest de specifieke redenen te geven waarom het afweek van het uitdrukkelijk onderbouwde bewijsstandpunt van de advocaat-generaal. De Hoge Raad oordeelde dat dit een schending van art. 359, tweede lid, Sv inhoudt en dat het verzuim leidt tot nietigheid van het arrest. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting op de oorspronkelijke tenlastelegging.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd wegens ontbreken van motivering bij afwijking van het bewijsstandpunt en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.