ECLI:NL:HR:2007:BA7929
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende weergave bewijsmiddelen en overschrijding redelijke termijn
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te Leeuwarden de verdachte veroordeeld voor valsheid in geschrift en het opzettelijk onjuist doen van belastingaangiften, waarbij hij opdracht gaf en feitelijke leiding gaf aan de rechtspersoon die de feiten pleegde. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder schriftelijke stukken en aangiften.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof in het bestreden arrest slechts een opsomming van bewijsmiddelen gaf zonder de inhoud daarvan adequaat weer te geven. Hierdoor ontbreekt de noodzakelijke motivering op basis waarvan de bewezenverklaring kan worden afgeleid, zoals vereist in artikel 359, derde lid, Sv in verbinding met artikel 415 Sv Pro. Dit leidt tot vernietiging van het arrest.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden in de cassatiefase. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Leeuwarden voor een hernieuwde berechting, waarbij de termijnoverschrijding bij strafoplegging in aanmerking moet worden genomen.
De Hoge Raad bevestigt dat het middel dat klaagt over de termijnoverschrijding terecht is en dat het middel dat betreft de inhoud van bewijsmiddelen gegrond is. Andere middelen behoeven geen bespreking. Het arrest is gewezen door de president en raadsheren en uitgesproken op 2 oktober 2007.
Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting met inachtneming van de termijnoverschrijding.