ECLI:NL:HR:2007:BA8035

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
614
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Coördinatiewet Sociale VerzekeringArt. 18c Coördinatiewet Sociale Verzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling loonbegrip bij PC privé-regeling met werknemersbijdrage onder de Coördinatiewet Sociale Verzekering

Belanghebbende, een onderneming, ontving correctienota's van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over de jaren 2000 tot en met 2003 op grond van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). De Raad van bestuur verklaarde de bezwaren van belanghebbende alleen gegrond voor het jaar 2000. Belanghebbende stelde beroep in bij de Rechtbank Arnhem, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, die de uitspraak van de rechtbank bevestigde.

Belanghebbende stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De kern van het geschil betrof de vraag of een eigen bijdrage van werknemers in een PC privé-regeling leidt tot een verlaging van het loon in de zin van artikel 4 CSV Pro. De Centrale Raad oordeelde dat dit niet noodzakelijkerwijs het geval is en dat de afspraken tussen belanghebbende en haar werknemers het loon niet hebben verlaagd.

De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het feitelijke oordeel van de Centrale Raad over de loonhoogte niet in cassatie kan worden onderzocht. Daarnaast wees de Hoge Raad klachten over de inhoud en toepassing van het beleid in het Besluit PC Privé en de motivering van de uitspraak af, omdat deze buiten de cassatiegronden van artikel 18c CSV vallen.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van de Centrale Raad bevestigd dat de werknemersbijdrage het loon niet heeft verlaagd.

Uitspraak

Nr. 614
29 juni 2007
gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 maart 2006, nr. 05/389 CSV, betreffende na te melden besluiten van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: de Raad van bestuur).
1. Besluiten, bezwaren en geding voor de Rechtbank
Bij besluiten van 17 december 2003 zijn ten aanzien van belanghebbende correctienota's ingevolge de Coördinatiewet Sociale Verzekering (hierna: de CSV) vastgesteld over de jaren 2000 tot en met 2003.
De Raad van bestuur heeft de tegen vorenbedoelde besluiten gemaakte bezwaren gegrond verklaard voor zover het de hoogte van de correctie over het jaar 2000 betreft, en voor het overige ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen die beslissing beroep ingesteld bij de Rechtbank te Arnhem.
De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
2. Geding voor de Centrale Raad
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad.
De Centrale Raad heeft de aangevallen uitspraak bevestigd. De uitspraak van de Centrale Raad is aan dit arrest gehecht.
3. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad van bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Raad van bestuur heeft een conclusie van dupliek ingediend.
4. Beoordeling van de middelen
Voor zover in de bestreden oordelen van de Centrale Raad ligt besloten het oordeel dat indien een eigen bijdrage van de werknemer wordt ingehouden op het betaalde loon, dit niet noodzakelijkerwijs gevolg heeft voor de hoogte van het loon in de zin van artikel 4 van Pro de CSV, geeft dat oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR 18 februari 1998, nr. 306, BNB 1998/100).
Het oordeel van de Centrale Raad dat in het onderhavige geval door de afspraken tussen belanghebbende en haar werknemers in het kader van een PC privé-regeling het loon niet is verlaagd, kan als van feitelijke aard ingevolge artikel 18c van de CSV in cassatie niet worden onderzocht.
De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. De klachten die zich richten tegen oordelen van de Centrale Raad over de inhoud en toepassing van het in het Besluit PC Privé neergelegde beleid vallen buiten de in artikel 18c van de CSV opgenomen cassatiegronden. Dit geldt ook voor klachten over de motivering van de uitspraak van de Centrale Raad.
5. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
6. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2007.