ECLI:NL:HR:2007:BA8056

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
41738
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • P.J. van Amersfoort
  • C.J.J. van Maanen
  • J.W.M. Tijnagel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3d lid 2 ZfwArt. 2 lid 2 Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt onherroepelijkheid verklaring verzekeringsplicht zelfstandigen en weigert beroep op keuzeregeling

Belanghebbende, een zelfstandige ondernemer sinds 1989, kreeg voor 2002 een voorlopige premieaanslag ingevolge de Ziekenfondswet opgelegd op basis van een inkomen van €19.650. Na bezwaar bleef de aanslag gehandhaafd, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof vernietigde de aanslag en gaf belanghebbende gelijk.

De Inspecteur had een verklaring verstrekt dat belanghebbende aan de verzekeringsplicht voldeed, welke onherroepelijk werd. Belanghebbende had in bezwaar een beroep gedaan op een keuzeregeling om een ander jaar buiten beschouwing te laten, maar de Inspecteur wees dit af wegens termijnoverschrijding. Het Hof oordeelde dat bijzondere omstandigheden een ander oordeel rechtvaardigden.

De Hoge Raad stelt echter dat de onherroepelijkheid van de verklaring verzekeringsplicht zelfstandigen het beroep op de keuzeregeling uitsluit. Het Hof had niet de vrijheid om hiervan af te wijken. Daarom vernietigt de Hoge Raad het hofarrest voor zover de aanslag werd vernietigd en handhaaft de aanslag na ambtshalve vermindering. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.

Uitkomst: De Hoge Raad handhaaft de voorlopige aanslag na ambtshalve vermindering en wijst het beroep op de keuzeregeling af wegens onherroepelijkheid van de verklaring.

Uitspraak

Nr. 41.738
29 juni 2007
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 juni 2005, nr. 04/00002, betreffende na te melden aan X te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde voorlopige aanslag in de premie ingevolge de Ziekenfondswet (hierna: Zfw).
1. Voorlopige aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 2002 een voorlopige aanslag in de premie ingevolge de Zfw opgelegd naar een inkomen van € 19.650.
Deze aanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.
Bij ambtshalve gegeven beschikking is nadien de voorlopige aanslag verminderd tot een naar een inkomen van € 12.483.
Het Hof heeft het ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de voorlopige aanslag vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van het middel
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
3.1.1. Belanghebbende drijft sinds 1989 een onderneming.
3.1.2. Op 15 november 2001 heeft de Inspecteur aan belanghebbende een verklaring verstrekt als bedoeld in artikel 3d, lid 2, Zfw, waarin is vermeld dat belanghebbende als zelfstandige voldoet aan de voorwaarden voor ziekenfondsverzekering in het jaar 2002.
3.1.3. Op 10 september 2003 is aan belanghebbende een voorlopige aanslag opgelegd in de premie ingevolge de Zfw voor het jaar 2002.
3.1.4. Bij brief van 20 oktober 2003 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de voorlopige aanslag. In deze brief schreef belanghebbende onder meer:
"Naast het onder pt 2 genoemde bezwaar willen wij daarnaast nog eens gebruik maken van het recht een aan te wijzen jaar voor de toetsing buiten beschouwing te laten. Wij verzoeken u daartoe het belastbare inkomen 1999 (...) buiten beschouwing te laten."
3.1.5. De Inspecteur heeft bij brief van 17 november 2003 meegedeeld de aanvraag om gebruik te mogen maken van de zogenoemde keuzeregeling zoals opgenomen in artikel 2, lid 2, van de Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen (hierna: de Regeling), niet in behandeling te nemen omdat de aanvraag niet binnen zes weken na dagtekening van de verklaring ziekenfondsverzekering voor zelfstandigen was gedaan.
3.1.6. Bij brief van 23 december 2003 heeft de Inspecteur het bezwaar tegen de voorlopige aanslag afgewezen.
3.2. Het Hof heeft met juistheid vooropgesteld dat de tekst van de Zfw en die van de Regeling verhinderen dat in bezwaar en/of beroep tegen een (voorlopige) aanslag in de premie Zfw een beroep op de keuzeregeling wordt gedaan, indien (zoals in het onderhavige geval) de verklaring als bedoeld in artikel 3d, lid 2, Zfw reeds voordien onherroepelijk is geworden.
3.3. Vervolgens heeft het Hof geoordeeld dat bijzondere omstandigheden aanleiding geven in het onderhavige geval anders te oordelen.
3.4. Het middel voert terecht aan dat de rechter daartoe niet de vrijheid heeft. Honorering van belanghebbendes beroep op de keuzeregeling is onverenigbaar met de onherroepelijkheid van de verklaring.
3.5. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, doch slechts voor zover daarbij de voorlopige aanslag is vernietigd, en
handhaaft de voorlopige aanslag zoals die na de ambtshalve verleende vermindering was komen te luiden.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.J. van Amersfoort als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen en J.W.M. Tijnagel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2007.