ECLI:NL:HR:2007:BA9219
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Beperkt cassatieberoep inzake uitkering en boetebeschikking Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het Lisv en de Raad van bestuur waarbij zijn uitkering op nihil werd gesteld en later ingetrokken, alsmede tegen een boetebeschikking wegens schending van mededelingsverplichting. De Rechtbank te Groningen verklaarde de beroepen gegrond en vernietigde de besluiten en boetebeschikking, waarna de Raad van bestuur nieuwe besluiten moest nemen.
De Raad van bestuur ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die de uitspraken van de Rechtbank vernietigde en de beroepen ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep zich richtte op vermeende schending of verkeerde toepassing van artikel 4 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (het loonbegrip), maar in wezen ging het om de toepassing van artikel 44 van Pro de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (het begrip inkomsten uit arbeid). Omdat deze klacht niet op artikel 4 was Pro gegrond, kon het beroep niet tot cassatie leiden.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 13 juli 2007.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en afgewezen.