ECLI:NL:HR:2007:BA9618

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/135HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling onderhoudsplicht vader volgens Zweeds kinderalimentatierecht

De zaak betreft een geschil tussen een Zweedse moeder en een Nederlandse vader over de vaststelling van de onderhoudsplicht van de vader voor hun minderjarige kind dat in Zweden woont. De moeder verzocht de rechtbank Roermond om een bijdrage van €1.200 per maand vanaf de geboorte van het kind. De rechtbank kende dit bedrag toe, maar het hof vernietigde deze beschikking en stelde de bijdrage vast op €440 per maand.

De moeder stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel van het hof. De man verscheen niet in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de moeder niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder verdere motivering.

Deze uitspraak bevestigt de beslissing van het hof dat de vader een maandelijkse bijdrage van €440 moet betalen voor de verzorging en opvoeding van het kind volgens het Zweeds kinderalimentatierecht, met ingang van 24 juni 2000.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen; de vader moet €440 per maand betalen aan kinderalimentatie.

Uitspraak

19 oktober 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/135HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats], Zweden,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 29 januari 2003 ter griffie van de rechtbank Roermond ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd en na aanvulling van haar verzoek, voorzover in cassatie van belang, vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [de dochter] ten laste van de man van een bedrag van € 1.200,-- per maand met ingang van de geboortedatum van [de dochter].
De man heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 1 december 2004 bepaald dat de man met ingang van 24 juni 2000 aan de vrouw ten behoeve van de verzorging en opvoeding van [de dochter] € 1.200,-- per maand zal hebben te betalen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 11 juli 2006 heeft het hof op het principale en het incidentele hoger beroep de beschikking van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, bepaald dat de man met ingang van 24 juni 2000 aan de vrouw ten behoeve van de verzorging en opvoeding van [de dochter] € 440,-- per maand zal hebben te betalen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man is in cassatie niet verschenen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 10 augustus 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 19 oktober 2007.