ECLI:NL:HR:2007:BB1359
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verlies uit aanmerkelijk belang en voorbereidingstijd in belastingzaak
Belanghebbende, een van de oprichters en bestuurders van een coöperatie die een sportschool exploiteerde, betaalde in 2000 schulden van de coöperatie uit hoofde van een borgstelling. Na een aanslag inkomstenbelasting werd bezwaar gemaakt, dat door de inspecteur werd afgewezen. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot uitstel van de zitting af, ondanks dat de uitnodiging minder dan zes weken voor de zitting werd verzonden.
In cassatie stelde belanghebbende dat het hof de beginselen van een goede procesorde had geschonden door onvoldoende voorbereidingstijd te bieden en het uitstelverzoek af te wijzen. Daarnaast werd betoogd dat de borgstellingsbetalingen als verlies uit aanmerkelijk belang moesten worden beschouwd op grond van een wetsartikel dat echter pas na 2000 van kracht werd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was de uitnodiging zes weken voor de zitting te verzenden en dat het oordeel over het ontbreken van een gewichtige reden voor uitstel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd was. Tevens bevestigde de Hoge Raad dat de wetgever geen terugwerkende kracht aan het betreffende wetsartikel had gegeven, waardoor de borgstellingsbetalingen niet als verlies uit aanmerkelijk belang konden worden aangemerkt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; borgstellingsbetalingen vormen geen verlies uit aanmerkelijk belang en het hof handelde niet onrechtmatig bij afwijzing uitstelverzoek.