ECLI:NL:HR:2007:BB1360
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toerekening energie- en milieu-investeringsaftrek binnen vennootschap onder firma
Belanghebbende, een vennoot in een vennootschap onder firma (v.o.f.), stelde dat het volledige bedrag van de energie-investeringsaftrek (EIA) en milieu-investeringsaftrek (MIA) op zijn belastbaar inkomen in mindering mocht worden gebracht. De v.o.f. had investeringen gedaan waarvoor EIA en MIA waren toegekend. Belanghebbende en zijn echtgenote brachten hun aandeel in de v.o.f. in een ondermaatschap in en deden een gewijzigde aangifte waarin zij slechts een deel van de EIA en MIA verrekenden.
De overige vennoten hadden geen verzoek gedaan om EIA en MIA in aanmerking te nemen en hadden hun aanslagen onherroepelijk vastgesteld gekregen. Het hof oordeelde dat geen instemming van de overige vennoten bestond voor de volledige toerekening aan belanghebbende en zijn echtgenote, en dat de vennoten niet hetzelfde verdelingscriterium hanteerden. Hierdoor kon niet worden aangesloten bij het standpunt van belastingplichtigen zoals vereist in het Besluit Staatssecretaris van Financiën.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat EIA en MIA slechts kunnen worden toegekend aan investeringen binnen een onderneming die een ondernemer voor eigen rekening drijft. Het deel van de investeringen dat aan de medevennoten toekomt, voldoet hier niet aan. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het Besluit van 1997 tot 2006 van toepassing bleef. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het hof bevestigd dat de volledige EIA en MIA niet zonder instemming van alle vennoten kan worden toegerekend.