ECLI:NL:HR:2007:BB1373
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over toepassingsbereik koepelvrijstelling omzetbelasting bij diensten aan leden
Belanghebbende, een samenwerkingsverband van ziekenhuizen en gezondheidszorginstellingen, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1994-1998. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd, maar het Hof oordeelde dat bepaalde diensten niet vielen onder de koepelvrijstelling omdat deze niet als gezamenlijke kosten werden beschouwd.
De Hoge Raad stelt vast dat de litigieuze diensten direct nodig zijn voor de vrijgestelde activiteiten van de leden en dat geen sprake is van concurrentievervalsing. De discussie betreft of de vergoeding voor deze diensten moet worden gezien als terugbetaling van het aandeel van de leden in gezamenlijke kosten, ook als de diensten slechts aan een of meer leden worden verricht.
De Hoge Raad vraagt het Hof van Justitie om prejudiciële uitleg over de interpretatie van artikel 13A, lid 1, letter f, van de Zesde richtlijn, met name of de koepelvrijstelling ook geldt voor diensten aan individuele leden zolang de vergoeding niet hoger is dan de werkelijke kosten. Het geding wordt geschorst in afwachting van deze uitspraak.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de zaak en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitleg over de koepelvrijstelling in de omzetbelasting.