ECLI:NL:HR:2007:BB1375
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag omzetbelasting wegens schending gelijkheidsbeginsel en rechterlijke onpartijdigheid
Belanghebbende kreeg voor december 1994 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van ƒ 162.175, welke na bezwaar werd gehandhaafd. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag tot € 66.452,20. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
Tijdens het geding bleek dat een lid van de meervoudige kamer van het Hof, mr. G.D. van Norden, eerder betrokken was geweest bij een beslissing namens de Staatssecretaris van Financiën die nadelig was voor belanghebbende. Hoewel vooraf geen bezwaar werd gemaakt tegen zijn deelname, oordeelde de Hoge Raad dat dit de eis van rechterlijke onpartijdigheid schond.
De Hoge Raad stelde vast dat belanghebbende gelijk moest worden behandeld met exploitanten van ziekenhuizen en bejaardentehuizen, zoals bepaald in het Besluit van 30 november 1994. De Inspecteur kon geen rechtvaardiging geven voor het onderscheid, waardoor het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van het Hof en de naheffingsaanslag, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Middelen 1 en 2 werden niet behandeld omdat middel 3 voldoende was om het beroep gegrond te verklaren.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en het arrest van het Hof wegens schending van het gelijkheidsbeginsel en rechterlijke onpartijdigheid.