ECLI:NL:HR:2007:BB4203

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/181HR (OK 130)
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing enquêteverzoek wegens twijfel aan juist beleid in holding met geschil tussen aandeelhouders

In deze zaak staat een geschil centraal tussen een vader en zoon die elk via een vennootschap 50% van de aandelen houden in een holding. De vader, tevens bestuurder, heeft de zoon als werknemer ontslagen, wat aanleiding gaf tot twijfel aan het beleid van de vennootschappen.

De verweerster heeft bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam een verzoek ingediend tot onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschappen vanaf 1 augustus 2005, alsmede tot onmiddellijke voorzieningen waaronder schorsing van de bestuurder en overdracht van aandelen.

De ondernemingskamer heeft op 24 november 2006 een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschappen. Tegen deze beschikking is beroep in cassatie ingesteld door verzoeker c.s., dat door de Hoge Raad is verworpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en bevestigt daarmee het oordeel van de ondernemingskamer dat er gegronde redenen zijn om aan het beleid te twijfelen. Verzoeker c.s. wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het onderzoek naar het beleid van de vennootschappen wordt bevestigd.

Uitspraak

12 oktober 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/181HR (OK 130)
MK/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verzoekster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [Verzoeker 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verzoekster 4],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Partijen zullen hierna ook afzonderlijk worden aangeduid als [verzoekster 1], [verzoekster 2], [verzoeker 3], [verzoekster 4] en [verweerster], verzoekers tot cassatie ook als [verzoeker] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster] heeft op 16 december 2005 een verzoekschrift ingediend bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam en verzocht, kort gezegd:
1. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van [verzoekster 1] en van [verzoekster 2] over de periode vanaf 1 augustus 2005;
2. voor de duur van het geding bij wijze van onmiddellijke voorzieningen;
a) [verzoeker 3] te schorsen als bestuurder van [verzoekster 1];
b) [betrokkene 1] dan wel een derde te benoemen tot bestuurder van [verzoekster 1];
c) [verzoekster 4] te gelasten de door haar gehouden aandelen in [verzoekster 1] ten titel van beheer over te dragen aan een door de ondernemingskamer aan te wijzen derde;
3. [verzoekster 1] en [verzoekster 2] te veroordelen in de kosten van het geding.
[Verzoeker] c.s. hebben het verzoek bestreden.
De ondernemingskamer heeft bij beschikking van 24 november 2006 een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [verzoekster 1] en [verzoekster 2] over de periode vanaf 1 augustus 2005 bevolen.
De beschikking van de ondernemingskamer is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de ondernemingskamer hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 341,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 oktober 2007.