ECLI:NL:HR:2007:BB4205

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/009HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wijziging omgangsregeling tussen vader en minderjarige kinderen afgewezen

De vader verzocht bij de rechtbank 's-Hertogenbosch om een omgangsregeling vast te stellen waarbij hij en zijn minderjarige kinderen recht zouden hebben op vier keer per jaar langere omgangsperiodes. De moeder, die het eenhoofdig gezag heeft, betwistte dit verzoek. De rechtbank verklaarde de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek. De vader ging in hoger beroep, maar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bekrachtigde de beschikking van de rechtbank. Vervolgens stelde de vader beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De moeder verscheen niet in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Daarom verwerpt de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen. De beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk en in het openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 12 oktober 2007.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot wijziging van de omgangsregeling.

Uitspraak

12 oktober 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/009HR
MK/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 18 oktober 2005 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift heeft de vader zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat een omgangsregeling tussen hem en de uit het huwelijk tussen partijen geboren minderjarige kinderen [kind 1], [kind 2] en [kind 3] (hierna: de kinderen) zal gelden inhoudende dat de kinderen en de vader recht hebben op omgang met elkaar vier keer per jaar gedurende langere periodes.
De moeder heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 13 maart 2006 de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 19 oktober 2006 heeft het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder is in cassatie niet verschenen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft bij brief van 23 augustus 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 oktober 2007.