ECLI:NL:HR:2007:BB4739
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt handhaving aanslag verontreinigingsheffing ondanks vormverzuim en gelijke behandeling
Belanghebbende, een bedrijf dat in 2001 afvalwater loost via een zuiveringstechnisch werk, kreeg een aanslag verontreinigingsheffing opgelegd door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij het Hof, stelde belanghebbende cassatieberoep in tegen de handhaving van de aanslag.
Het geschil betrof onder meer de vraag of het uitvoeren van een meting bij slechts een kleine minderheid van bedrijven willekeurig was en daarmee in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Het Hof oordeelde dat er voldoende rechtvaardigingsgronden waren vanwege uitvoeringstechnische beperkingen en dat er geen sprake was van willekeur.
Verder werd een vormverzuim vastgesteld omdat de resultaten van het onderzoek niet vooraf aan belanghebbende waren bekendgemaakt. Dit vormverzuim werd echter niet als schadelijk beoordeeld omdat belanghebbende tijdig op de hoogte was gesteld van het onderzoek en zij het rapport had kunnen opvragen.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en verwierp de beroepen op het zorgvuldigheids-, rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. Ook het verweer dat de aangifte als een aanvraag moest worden beschouwd, werd verworpen. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag verontreinigingsheffing 2001 blijft gehandhaafd.