ECLI:NL:HR:2007:BB4755

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/182HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 350 lid 3 Faillissementswet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schending informatieplicht door schuldenaar

Verzoekster werd bij vonnis van 25 januari 2005 onderworpen aan een definitieve schuldsaneringsregeling door de rechtbank Utrecht. Op verzoek van de bewindvoerder heeft de rechtbank op 9 oktober 2006 de toepassing van deze regeling beëindigd wegens schending van de informatieplicht door verzoekster. Verzoekster stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank op 7 december 2006 bekrachtigde.

Tegen dit arrest van het hof stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef de beëindiging van de schuldsaneringsregeling in stand. Dit arrest bevestigt het belang van de informatieplicht binnen de schuldsaneringsregeling en de mogelijkheid tot tussentijdse beëindiging bij schending daarvan.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens schending van de informatieplicht.

Uitspraak

16 november 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/182HR
MK/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoekster tot cassatie zal hierna worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 25 januari 2005 is door de rechtbank Utrecht ten aanzien van [verzoekster] de definitieve schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Bij vonnis van 9 oktober 2006 heeft de rechtbank, op verzoek van de bewindvoerder, de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoekster] beëindigd.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 7 december 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 november 2007.