ECLI:NL:HR:2007:BB4761
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Geschil over toerekening van betalingen en gebruik bankgarantie bij belastingschulden
De directeur-aandeelhouder van een vennootschap vorderde van de ontvanger van de Belastingdienst betaling van twee bedragen met rente en kosten, naar aanleiding van een geschil over de toerekening van betalingen aan bepaalde belastingschulden en het gebruik van een bankgarantie voor die schulden.
De rechtbank wees de vordering af, wat door de eiser werd bestreden in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Hiertegen stelde de eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die tevens een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep van de ontvanger ontving.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het principale beroep werd verworpen en het voorwaardelijk incidentele beroep kwam niet aan de orde.
De eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, Hammerstein en van Oven, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 30 november 2007.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de directeur-aandeelhouder wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.