ECLI:NL:HR:2007:BB4770
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aansprakelijkheid huisarts voor consulten
In deze zaak vordert eiser, een voormalige patiënt, vergoeding van materiële en immateriële schade wegens vermeende toerekenbare tekortkomingen en onrechtmatige daad van zijn huisarts, verweerder. De rechtbank Maastricht wees de vordering af, welke beslissing door het gerechtshof 's-Hertogenbosch werd bekrachtigd. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad beoordeelde de middelen van het cassatieberoep en concludeerde dat deze niet tot cassatie konden leiden. De klachten van eiser waren niet zodanig dat zij rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het principale beroep.
Daarmee verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding. Het voorwaardelijk ingestelde incidentele cassatieberoep van verweerder kwam niet meer aan de orde. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen dat de huisarts niet aansprakelijk is voor de door eiser gestelde tekortkomingen in de verleende consulten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de eerdere afwijzing van zijn vordering wordt bevestigd.