ECLI:NL:HR:2007:BB5068

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/169HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 79 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 407 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering incasso-opdracht wegens tekortschieten nakoming

Eiseres heeft Jus et Veritas gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd tot betaling van € 16.801,42 wegens tekortschieten in de nakoming van een incasso-opdracht. De rechtbank wees de vordering af na een comparitie van partijen.

Eiseres stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank met verbeterde gronden bekrachtigde. Tegen dit arrest stelde eiseres beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot betaling wegens tekortschieten in de nakoming van de incasso-opdracht wordt afgewezen.

Uitspraak

7 december 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/169HR
RM/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. C.A.J. van der Meulen,
t e g e n
JUS ET VERITAS B.V.,
gevestigd te Ede,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Jus et Veritas.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 18 juli 2003 Jus et Veritas gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd, kort gezegd, Jus et Veritas te veroordelen tot betaling van € 16.801,42, met rente en kosten.
Jus et Veritas heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 24 november 2004 de vordering afgewezen.
Tegen het eindvonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 21 februari 2006 heeft het hof het eindvonnis van de rechtbank, met verbetering van gronden, bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Jus et Veritas heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Jus et Veritas mede door mr. T. Riyazi, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Jus et Veritas begroot op € 576,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 december 2007.