ECLI:NL:HR:2007:BB5073
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van misleidende en vergelijkende reclame tussen telecombedrijven
In deze civiele zaak stond de rechtmatigheid van reclame-uitingen van Pretium Telecom B.V. tegenover KPN Telecom B.V. centraal. KPN vorderde in kort geding een verbod op bepaalde reclame-uitingen van Pretium, waaronder de zogenaamde 'Laagste kostengarantie' en vergelijkende uitingen die KPN negatief zouden afbeelden, zoals beschuldigingen van ongewenste beschakeling van eindgebruikers.
De rechtbank Haarlem verbood Pretium deze uitingen en legde een dwangsom op bij overtreding. Pretium stelde zich hiertegen in hoger beroep, waarbij het hof het dwangsombedrag matigde maar het verbod bevestigde. Pretium stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van Pretium niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Daarmee bleef het verbod op de misleidende en vergelijkende reclame-uitingen van kracht.
Pretium werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak bevestigt de grenzen aan vergelijkende reclame en de bescherming van concurrenten tegen misleidende uitingen in de telecomsector.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Pretium wordt verworpen en het verbod op misleidende en vergelijkende reclame-uitingen blijft van kracht.