ECLI:NL:HR:2007:BB5368
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid dagvaarding bij niet voldoen aan herhaald bevel tot plaatsverlating
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de dagvaarding nietig was omdat niet duidelijk was gemaakt welk van de herhaalde bevelen tot het verlaten van een bepaalde plaats de verdachte niet was nagekomen. De verdachte werd vervolgd wegens het opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering van een politieambtenaar om het Grote Kerkplein te verlaten.
De verdediging stelde dat de dagvaarding nietig moest worden verklaard omdat niet duidelijk was welk bevel (het tweede of derde) tenlaste was gelegd, waardoor de verdachte zich niet goed kon verdedigen. Het hof verwierp dit verweer omdat meerdere vorderingen waren gedaan en geen enkele was opgevolgd, zodat het niet van belang was welk specifiek bevel werd bedoeld.
De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en overwoog dat in vervolgingen wegens het niet voldoen aan een herhaald bevel de dagvaarding in principe niet nietig is als niet wordt aangegeven op welk bevel zij ziet, tenzij de verdediging daardoor wordt belemmerd. Omdat de verdediging dit niet had aangetoond, werd het beroep verworpen.
De Hoge Raad verwierp daarmee het cassatieberoep en bevestigde het vonnis van het hof dat de verdachte veroordeelde tot een geldboete van €120,-, subsidiair 2 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot een geldboete van €120,-, subsidiair 2 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.