ECLI:NL:HR:2007:BB5423

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/174HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering koper tot levering garage wegens niet-nakoming koopprijs

Eiser vorderde bij de rechtbank levering van een garage die hij eerder niet had afgenomen wegens het niet kunnen voldoen aan de overeengekomen koopprijs. De rechtbank wees de vordering af, en het gerechtshof bekrachtigde dit vonnis in hoger beroep. Vervolgens stelde eiser beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen. De klachten van eiser konden niet leiden tot cassatie en behoefden geen nadere motivering, aangezien zij geen rechtsvragen opriepen die relevant waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 26 oktober 2007.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vordering tot levering van de garage afgewezen.

Uitspraak

26 oktober 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/174HR
MK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 26 juni 2001 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, [verweerder] te bevelen de garage, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [a-straat 1], aan [eiser] te leveren.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 16 april 2003 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 27 december 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 12 juli 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 26 oktober 2007.