ECLI:NL:HR:2007:BB5602

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
41246
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • L. Monné
  • C. Schaap
  • J.W.M. Tijnagel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2000

Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage verklaarde het beroep van belanghebbende tegen deze uitspraak ongegrond.

Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad en diende meerdere middelen in. De Staatssecretaris van Financiën reageerde met een verweerschrift, waarop belanghebbende een conclusie van repliek indiende.

De Hoge Raad oordeelde dat de ingediende middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 41.246
12 oktober 2007
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 juli 2004, nr. BK-03/01314, betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is voor het jaar 2000 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en J.W.M. Tijnagel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2007.