ECLI:NL:HR:2007:BB7653

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/091HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 FwArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid verzoek schuldeiserscommissie ex art. 69 Faillissementswet

In deze zaak heeft de vertegenwoordiger van de schuldeiserscommissie in het faillissement van LG Philips Displays Holding B.V. op grond van artikel 69 Faillissementswet Pro een verzoek ingediend bij de rechter-commissaris om de curator bevelen te geven. Het verzoek werd zowel namens de schuldeiserscommissie als pro se ingediend.

De rechter-commissaris verklaarde het verzoek namens de schuldeiserscommissie niet-ontvankelijk en wees het verzoek pro se af. Tegen deze beschikking werd beroep ingesteld bij de rechtbank 's-Hertogenbosch, die het beroep namens de schuldeiserscommissie eveneens niet-ontvankelijk verklaarde en het beroep pro se ongegrond verklaarde.

De verzoeker stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beslissingen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. De beslissing werd genomen door een kamer van vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2007.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek namens de schuldeiserscommissie wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

30 november 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/091HR
MK/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats], Italië,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt,
t e g e n
1. mr. A.A.M. Deterink, curator in het faillissement van LG PHILIPS DISPLAYS HOLDING B.V.,
kantoorhoudende te Eindhoven,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders,
2. JPMORGAN CHASE BANK N.A. HONG KONG BRANCH,
kantoorhoudende te Hong Kong, Volksrepubliek China,
3. MARATHON SPECIAL OPPORTUNITY MASTER FUND LTD.,
kantoorhoudende te New York, Verenigde Staten van Amerika,
BELANGHEBBENDEN in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker], de curator, JPMorgan en Marathon Fund.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij verzoekschrift van 22 februari 2007, aangevuld bij verzoekschrift van 7 maart 2007, heeft [verzoeker], als vertegenwoordiger van de schuldeiserscommissie in het faillissement van LG Philips Displays Holding B.V. (hierna: LPD Holding) en als schuldeiser van LPD Holding, zich op de voet van art. 69 Fw Pro. gewend tot de rechter-commissaris in dat faillissement en verzocht, kort gezegd en voorzover in cassatie van belang, de curator een aantal bevelen te geven.
De curator, JPMorgan en Marathon Fund hebben een verweerschrift ingediend.
Na behandeling van het verzoek ter zitting van 13 maart 2007 heeft de rechter-commissaris bij beschikking van 23 maart 2007 het verzoek, ingediend door [verzoeker] namens de schuldeiserscommissie, niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek, ingediend door [verzoeker] als schuldeiser, afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] beroep ingesteld bij de rechtbank's-Hertogenbosch.
De curator, JPMorgen en Marathon Fund hebben het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 19 april 2007 [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard voor zover deze het beroep heeft ingesteld namens de schuldeiserscommissie en het, voor zover deze het heeft ingesteld pro se, ongegrond verklaard.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft verzocht het beroep te verwerpen. JPMorgan en Marathon Fund hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 30 november 2007.