ECLI:NL:HR:2007:BB7929

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
42627
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.W.G.M. van Brunschot
  • P.J. van Amersfoort
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
  • A.R. Leemreis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 BRKArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel Hof over navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1993

Belanghebbende, rechtsvoorgangster van X1 B.V., kreeg over 1993 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting opgelegd van bijna 7 miljoen gulden, verminderd ter voorkoming van dubbele belasting. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof Amsterdam verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag aanzienlijk tot circa 389 duizend gulden.

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Advocaat-Generaal concludeerde primair tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, subsidiair tot ongegrondverklaring van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af, bevestigde het oordeel van het Hof en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 16 november 2007 in het openbaar uitgesproken door vijf raadsheren onder voorzitterschap van Van Brunschot, die het arrest niet ondertekende vanwege verhindering.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het arrest van het Hof Amsterdam.

Uitspraak

Nr. 42.627
16 november 2007
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X3 B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 28 februari 2005, nr. P03/00695, betreffende na te melden navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Navorderingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbendes rechtsvoorgangster X1 B.V. (hierna ook: belanghebbende) is over het jaar 1993 een navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 6.947.527, met een vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ten bedrage van ƒ 121.371, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot een naar een belastbaar bedrag van ƒ 388.684, met toepassing van een uit zijn uitspraak voortvloeiende vermindering ter voorkoming van dubbele belasting en met behoud van de overige elementen van de aanslag. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 6 juni 2006 primair geconcludeerd tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en subsidiair tot ongegrondverklaring van het beroep.
Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer F.W.G.M. van Brunschot als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort, P. Lourens, C.B. Bavinck en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2007.
De voorzitter is verhinderd het arrest te ondertekenen. In verband daarmee is het arrest ondertekend door mr. P.J. van Amersfoort.