ECLI:NL:HR:2007:BB7944
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering aanslag vennootschapsbelasting na beroep
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van ƒ 6.994.504. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep gegrond verklaarde, de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de aanslag verminderde tot een belastbaar bedrag van ƒ 2.175.987.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde primair tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en subsidiair tot ongegrondverklaring van het beroep. Na schriftelijke reacties van partijen oordeelde de Hoge Raad dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was.
De Hoge Raad wees het beroep af en oordeelde dat er geen gronden waren voor veroordeling in proceskosten. Het arrest werd gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2007. De voorzitter was verhinderd te ondertekenen, waardoor mr. P.J. van Amersfoort het arrest ondertekende.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de vermindering van de aanslag vennootschapsbelasting.