ECLI:NL:HR:2007:BB8440
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- Rechtspraak.nl
Aanvang bezwaartermijn bij toezending aanslagbiljet rond verhuizing en verschoonbare termijnoverschrijding
Belanghebbende is op 29 oktober 2003 verhuisd en heeft dit tijdig doorgegeven aan de gemeentelijke basisadministratie. De Inspecteur stuurde het aanslagbiljet voor de inkomstenbelasting 2002 op 28 oktober 2003 naar het oude adres, waardoor belanghebbende het niet heeft ontvangen. Hierdoor ontstond discussie over de aanvang van de bezwaartermijn.
De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, wat door het hof werd bevestigd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist had geoordeeld dat de bewijslast over de verzending niet bij de Inspecteur lag, en dat belanghebbende er op mocht vertrouwen dat de adreswijziging via de gemeentelijke basisadministratie aan de Belastingdienst bekend werd.
De Hoge Raad stelde vast dat belanghebbende redelijkerwijs niet meer kon doen dan de adreswijziging tijdig doorgeven en dat er geen aanwijzingen waren dat hij op andere wijze op de hoogte had kunnen zijn van de aanslag. Daarom was het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en moest de Inspecteur opnieuw op het bezwaar beslissen.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de Staat en de Inspecteur in de proceskosten en stelde vast dat de bezwaartermijn niet zonder meer als overschreden kon worden beschouwd in deze omstandigheden.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn; de Inspecteur moet opnieuw beslissen.