ECLI:NL:HR:2007:BB9268
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken novum bij TBS-maatregel
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 1998, waarin de aanvrager is veroordeeld voor doodslag en ter beschikking is gesteld met een TBS-maatregel met bevel tot verpleging van overheidswege.
De aanvrage tot herziening stelt dat het Hof de TBS-maatregel heeft opgelegd zonder dat daaraan een advies is voorafgegaan dat voldeed aan de eisen van artikel 37, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Volgens de aanvrager zou dit een nieuw feitelijke omstandigheid (novum) zijn die herziening rechtvaardigt.
De Hoge Raad overweegt dat voor herziening op grond van artikel 457 Sv Pro een of meer nieuwe feitelijke omstandigheden moeten worden aangevoerd die, indien bekend geweest, tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf hadden kunnen leiden. Het ontbreken van een dergelijk advies bij de oplegging van de TBS-maatregel vormt geen novum in de zin van de wet.
Daarom wordt het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing bevestigt dat procedurele tekortkomingen die reeds bij het oorspronkelijke onderzoek bekend waren, geen grond voor herziening vormen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een novum.