ECLI:NL:HR:2007:BB9539
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake verkoop aandelen tegen te hoge prijs met mogelijk verkapt dividend
Belanghebbende verkocht in 1998 zijn aandelen in B N.V. aan A B.V., waarvan hij enig aandeelhouder was, voor een bedrag van ƒ 414.000, vastgesteld door de nominale waarde te verhogen met 15%. Het Hof oordeelde dat de werkelijke waarde van de aandelen nihil was vanwege financiële problemen van A en legde een boete op. Belanghebbende stelde dat de verkoopprijs zakelijk was en betwistte de boete.
De Hoge Raad constateerde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de werkelijke waarde nihil zou zijn, ondanks de uitgebreide weerspreking door belanghebbende. Ook werd een middel verworpen dat onjuiste aannames over de samenstelling van het Hof betrof. De Hoge Raad vernietigde het oordeel van het Hof, behoudens beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het cassatieproces en gelastte vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. De zaak betreft de vraag of de verkoop van aandelen tegen een te hoge prijs een verkapt dividend vormt en de rechtmatigheid van de opgelegde boete.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.