ECLI:NL:HR:2008:AX9013
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonbegrip en toepassing Wet vermindering afdracht loonbelasting voor lage lonen
Deze uitspraak van de Hoge Raad betreft meerdere zaken waarin het loonbegrip in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) voor lage lonen centraal staat. De discussie spitst zich toe op de vraag welke beloningen tot het te toetsen loon behoren, met name overwerkloon, periodiek vakantiedagengeld en vakantietoeslag, alsmede tantièmes en gratificaties die slechts eenmaal of eenmaal per jaar worden toegekend.
In zaaknummer 41.803 staat de uitleg van 'overwerkloon' centraal. Het Hof Amsterdam oordeelde dat geen sprake is van overwerk omdat geen vaste arbeidsduur was overeengekomen en de partijen uitgingen van meer dan 38 uur werk per week. Ook werd geoordeeld dat de dagtabel van toepassing is in plaats van de weektabel, omdat een uurloon was afgesproken en er op zes of zeven dagen per week werd gewerkt.
De andere zaken betreffen de vraag of periodiek uitbetaald vakantiedagengeld en vakantietoeslag tot het loon voor de WVA behoren en of deze betalingen gelijkgesteld moeten worden met regelmatige vakantie(toeslag)bonnen of daarmee overeenkomende aanspraken. De gerechtshoven oordeelden dat deze periodieke betalingen wel tot het loon behoren en dat er geen schending is van het gelijkheidsbeginsel.
De conclusie benadrukt dat de regeling enerzijds eenvoudig toepasbaar moet zijn door uit te gaan van het reguliere loon zonder bijzondere beloningen, en anderzijds inkomenspieken bij werknemers niet mogen leiden tot het verlies van afdrachtvermindering voor werkgevers. Bij periodieke betalingen en structureel overwerk behoort dit loon tot het te toetsen loon. Tevens is het recht op teruggave van te veel ingehouden loonbelasting bij nettlooncontracten bevestigd. De beroepen van belanghebbenden zijn ongegrond, behalve het tweede middel van de Staatssecretaris in zaak 41.803 dat gegrond is verklaard.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbenden zijn ongegrond verklaard, behalve het tweede middel van de Staatssecretaris dat gegrond is.