ECLI:NL:HR:2008:AX9097
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat periodiek uitbetaald vakantiegeld tot loonbegrip WVA behoort
Belanghebbende, een onderneming, kreeg voor de jaren 1998 tot en met 2001 een naheffingsaanslag opgelegd wegens het niet meerekenen van periodiek uitbetaald vakantiegeld bij het loonbegrip van de WVA. Dit leidde tot een onterechte afdrachtvermindering lage lonen. Na bezwaar en beroep bij het hof werd het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad bevestigde dat het begrip loon in de WVA gelijk moet worden gesteld aan het loonbegrip in de Wet op de loonbelasting 1964. Periodiek uitbetaald vakantiegeld valt hier ook onder, ook al wordt in sommige toelichtingen vakantiegeld als incidentele beloning genoemd. De Hoge Raad verwierp het verweer dat periodiek vakantiegeld buiten het loonbegrip zou moeten blijven en oordeelde dat het gelijkheidsbeginsel niet wordt geschonden door onderscheid te maken tussen vakantiebonnen en geldelijke uitkeringen.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft de naheffingsaanslag en heffingsrente gehandhaafd, waarmee het loonbegrip voor de WVA inclusief het periodiek uitbetaalde vakantiegeld is bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat periodiek uitbetaald vakantiegeld tot het loonbegrip van de WVA behoort.