ECLI:NL:HR:2008:AZ7382
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid emissieprovisies en berekening rente op renteloze lening in vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor 1994/1995 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar en beroep gedeeltelijk werd verminderd. Het hof oordeelde dat bepaalde emissieprovisies aftrekbaar waren, maar de garantieregeling niet. Ook werd de winstcorrectie voor een renteloze lening aan een Duitse dochtermaatschappij als jaarlijkse rente-imputatie vastgesteld.
De Hoge Raad stelt vast dat alle emissieprovisies, inclusief de garantieregeling, vergoedingen zijn voor dienstverlening door het emissiesyndicaat en dus aftrekbaar zijn. Dit volgt uit artikel 9 lid 1 sub e van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De garantieregeling leidt niet tot een lagere emissieopbrengst, maar vormt een kost.
Ten aanzien van de renteloze lening oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte aannam dat de correctie via jaarlijkse rente-imputatie verloopt, terwijl partijen een informele kapitaalstorting hadden bedoeld. Daarom vernietigt de Hoge Raad het hofarrest en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling.
De Hoge Raad veroordeelt de Staat tot vergoeding van de proceskosten en heft griffierecht op. Hiermee wordt duidelijkheid verschaft over de fiscale behandeling van emissiekosten en de waardering van renteloze leningen binnen concernverhoudingen.
Uitkomst: Het principale beroep wordt ongegrond verklaard, het incidentele beroep gegrond, het hofarrest vernietigd en de zaak verwezen voor herbeoordeling.