ECLI:NL:HR:2008:BA3303
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over douanerechten en oorsprongscertificaten in handel alcoholhoudende dranken
Belanghebbende, een handelsonderneming in alcoholhoudende dranken, werd geconfronteerd met uitnodigingen tot betaling van douanerechten over de periode 1996-1998. De Inspecteur stelde dat de door belanghebbende overgelegde EUR.1-certificaten onjuist waren omdat zij de oorsprong EG vermeldden terwijl de goederen uit Israël afkomstig waren, waardoor het preferentiële tarief niet van toepassing was.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de vergissing van de Israëlische douaneautoriteiten op de certificaten een vergissing was die onder artikel 220, lid 2, letter b, CDW viel, maar dat belanghebbende als ervaren marktdeelnemer deze vergissing redelijkerwijs had kunnen ontdekken, waardoor zij geen bescherming genoot. Tevens vond het Hof dat de navorderingstermijn van vijf jaar terecht werd toegepast wegens ontduiking.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte niet had geoordeeld over de naleving van het overlegprotocol tussen EG en Israël en de beginselen van zorgvuldigheid en fair play. De Hoge Raad stelde dat een certificaat dat niet het juiste land van oorsprong vermeldt niet als bewijs kan dienen, en dat de Inspecteur niet verplicht is een controle achteraf te vragen bij de Israëlische autoriteiten. Wel oordeelde de Hoge Raad dat het Hof onjuist had geoordeeld over de toepassing van de navorderingstermijn, omdat ontduiking niet was vastgesteld.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van dit arrest. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Amsterdam en verwijst zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest.