ECLI:NL:HR:2008:BA4260
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling activering veldinventaris bij tuinbouwbedrijf volgens goed koopmansgebruik
Belanghebbende, een houdstermaatschappij van een dochtervennootschap die een tuinbouwbedrijf exploiteert, kreeg voor het jaar 2003 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. De dochtervennootschap teelde tomaten onder glas en deed in december 2003 uitgaven voor plantmateriaal en andere kosten die uitsluitend betrekking hadden op de oogst van 2004. Deze uitgaven werden door belanghebbende direct ten laste van het fiscale resultaat gebracht, terwijl de Inspecteur activering eiste.
Het Hof oordeelde dat goed koopmansgebruik vereist dat deze uitgaven worden geactiveerd op de balans van het betreffende jaar. Belanghebbende stelde zich hiertegen in cassatie op het standpunt dat deze uitgaven niet geactiveerd behoefden te worden, mede gelet op eerdere jurisprudentie omtrent landbouwbedrijven.
De Hoge Raad overwoog dat de ontwikkelingen in de landbouw ertoe leiden dat landbouwbedrijven geen uitzonderingspositie meer innemen ten opzichte van andere ondernemingen. De veldinventaris moet gewaardeerd worden op de uitgaven die specifiek door de vervaardiging worden opgeroepen. Het Hof had het oordeel dat activering vereist is, terecht gegeven. Het cassatieberoep werd daarom ongegrond verklaard.
De Hoge Raad wees tevens op eerdere arresten waarin werd bevestigd dat planten en gewassen met korte levensduur als voor de omzet bestemde zaken moeten worden gewaardeerd op aanschaffings- of voortbrengingskosten. De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 1 februari 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat uitgaven voor veldinventaris geactiveerd moeten worden volgens goed koopmansgebruik.