ECLI:NL:HR:2008:BA7674
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing inzake conservatoir beslag op onroerende zaken van derde
In deze zaak betreft het een beklag tegen conservatoir beslag gelegd op onroerende zaken die formeel op naam van de klaagster staan, maar waarvan het hof oordeelde dat deze in feite toebehoren aan haar echtgenoot, tegen wie een ontnemingsvordering loopt. Het hof verklaarde het beklag ongegrond en handhaafde het beslag.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat beslag op goederen die op naam van een derde staan slechts is toegestaan indien aan de voorwaarden van artikel 94a, derde lid, Wetboek van Strafvordering is voldaan, waaronder de eis dat de goederen afkomstig zijn van het misdrijf. Het hof heeft deze voorwaarden miskend door het beslag te handhaven zonder vaststelling van het toepasselijke huwelijksgoederenregime en zonder te beoordelen of de goederen daadwerkelijk aan de veroordeelde toebehoren of onder de uitzonderingen van art. 94a, derde lid, vallen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis en wijst de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling op het bestaande klaagschrift. Het belang van de strafvordering rechtvaardigt het handhaven van het beslag zolang niet onherroepelijk is beslist dat de goederen niet toebehoren aan de veroordeelde.
De procedure omvatte diverse schriftelijke en mondelinge behandelingen, waarbij de advocaat-generaal en de raadsman van de klaagster hun standpunten naar voren brachten. De Hoge Raad benadrukt het belang van een zorgvuldige toetsing aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 94a, derde lid, Sv bij beslaglegging op goederen van derden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het conservatoir beslag op onroerende zaken.