ECLI:NL:HR:2008:BA7675
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking conservatoir beslag op onroerende zaken wegens schending art. 94a Sv
In deze zaak gaat het om een beklag tegen conservatoir beslag op onroerende zaken die formeel toebehoren aan een derde, maar die volgens het hof feitelijk middellijk toebehoren aan een veroordeelde. Het hof verklaarde het beklag ongegrond en handhaafde het beslag. De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat beslag op goederen van een derde slechts is toegestaan indien aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 94a, derde lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) is voldaan, waaronder dat de goederen onmiddellijk of middellijk afkomstig zijn van het misdrijf.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof deze voorwaarden miskend heeft door het beslag te rechtvaardigen op basis van feitelijk handelen alsof de goederen aan de veroordeelde toebehoren, zonder te toetsen aan de vereisten van art. 94a lid 3 Sv. De Hoge Raad benadrukt dat conservatoir beslag op goederen van derden slechts is toegestaan als deze goederen te kwader trouw zijn verkregen of anderszins voldoen aan de wettelijke criteria.
De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor herbehandeling van het klaagschrift. De Hoge Raad bevestigt daarmee het belang van een strikte toepassing van art. 94a Sv en de bescherming van eigendomsrechten van derden bij beslaglegging. De procedure illustreert de balans tussen strafvorderlijke beslagmogelijkheden en rechten van derden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor herbehandeling wegens schending van artikel 94a, derde lid, Wetboek van Strafvordering.