ECLI:NL:HR:2008:BA8211

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
43507
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen EG-rechtelijke verplichting tot meestbegunstiging tax sparing credit in bilaterale belastingverdragen

De zaak betreft de vraag of het EG-recht Nederland verplicht tot het toepassen van een tax sparing credit voor Belgische rente, gelijk aan de regeling die geldt voor Griekse en Brazilanse rente in bilaterale belastingverdragen. De belanghebbende is moedermaatschappij van een fiscale eenheid met dochters die deelnemingen en geldvorderingen in Belgische vennootschappen houden. In 2001 ontvingen deze dochters rente uit België die deel uitmaakt van de belastbare winst van de fiscale eenheid.

De kern van het geschil is of het EG-recht een meestbegunstiging of community preference voorschrijft die Nederland verplicht om een tax sparing credit toe te kennen voor Belgische rente, vergelijkbaar met die in de verdragen met Griekenland en Brazilië. De Hoge Raad verwijst naar arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen waarin geen verplichting tot meestbegunstiging werd aangenomen.

Verder oordeelt de Hoge Raad dat het tax sparing credit niet kan worden beschouwd als eenzijdige fiscale ontwikkelingshulp, maar onderdeel is van bilaterale onderhandelingen over belastingjurisdictie. Ook het effectiviteitsbeginsel van het EG-recht leidt niet tot een aanspraak op volledige vergoeding van proceskosten. De conclusie is dat de vordering ongegrond is en de uitspraak wordt niet gepubliceerd.

Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat Nederland niet verplicht is een tax sparing credit toe te kennen voor Belgische rente en verklaart de vordering ongegrond.

Uitspraak

Uitspraak wordt niet gepubliceerd.