ECLI:NL:HR:2008:BB3444
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verzoekt prejudiciële beslissing over grensoverschrijdende fiscale eenheid en vrijheid van vestiging
Belanghebbende, een in Nederland gevestigde moedervennootschap, verzocht samen met haar Belgische dochtervennootschap F om een fiscale eenheid te vormen volgens artikel 15 van Pro de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat F niet in Nederland is gevestigd, een vereiste volgens de Nederlandse wet. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betreft de vraag of de weigering om een grensoverschrijdende fiscale eenheid toe te staan, in strijd is met de vrijheid van vestiging zoals gewaarborgd in de artikelen 43 en 48 EG. De Hoge Raad overwoog dat een fiscale eenheid in Nederland alleen mogelijk is tussen in Nederland gevestigde vennootschappen, met beperkte uitzonderingen voor buitenlandse vaste inrichtingen.
De Hoge Raad verwees naar het arrest Marks & Spencer II van het Hof van Justitie, waarin werd erkend dat fiscale winst en verlies symmetrisch moeten worden behandeld om dubbele belastingheffing te voorkomen. De weigering van een grensoverschrijdende fiscale eenheid kan gerechtvaardigd zijn vanwege risico's op belastingontwijking en asymmetrische verliesverrekening.
De Hoge Raad concludeerde dat de vraag van uitlegging van communautair recht is en verzocht het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de vraag of de nationale regeling die de fiscale eenheid beperkt tot binnenlandse vennootschappen in strijd is met de artikelen 43 en 48 EG. De zaak is geschorst totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de grensoverschrijdende fiscale eenheid en vrijheid van vestiging.