ECLI:NL:HR:2008:BB5549
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over voorlopige machtiging voortzetting verblijf in psychiatrisch ziekenhuis
Betrokkene verbleef vrijwillig in een psychiatrisch ziekenhuis en vertoonde regelmatig dreigend en agressief gedrag jegens anderen, wat gevaar opleverde voor de veiligheid. De officier van justitie verzocht een voorlopige machtiging om het verblijf voort te zetten en separatie toe te passen bij dreigend gedrag. De rechtbank wees dit verzoek af omdat betrokkene al jaren vrijwillig verbleef en geen blijk gaf van onwil om te blijven, en oordeelde dat de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) voldoende mogelijkheden biedt voor noodsituaties.
De Hoge Raad stelde vast dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting had indien zij oordeelde dat de verwachting van weigering tot medewerking aan noodzakelijke separatie niet relevant was voor het ontbreken van de nodige bereidheid. Ook was het oordeel dat betrokkene de nodige bereidheid toonde zonder nadere motivering onbegrijpelijk. Verder wees de Hoge Raad erop dat bepalingen in het Burgerlijk Wetboek (art. 7:465 lid 6 en Pro 7:466 lid 1 BW) alleen behandeling zonder toestemming toestaan ter voorkoming van ernstig nadeel voor de patiënt zelf, niet voor derden.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee werd bevestigd dat een voorlopige machtiging noodzakelijk kan zijn om separatie toe te passen bij dreigend gedrag, ook als betrokkene vrijwillig verblijft.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de afwijzing van de voorlopige machtiging en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.